noun
dessert
B1
Dessert is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Dessert, meervoud die Desserts. Het betekent ‘toetje’ of ‘dessert’, dus een zoet gerecht na de maaltijd. Een leenwoord met een meervoud op -s. Veel gebruikt in de horeca en in het dagelijks leven.
Voorbeelden
Nachdem die Gäste den Hauptgang beendeten, servierte die Kellnerin das Dessert, das alle sehr genossen.
Nadat de gasten het hoofdgerecht hadden opgegeten, serveerde de serveerster het dessert, waarvan iedereen erg genoot.
Zum Dessert gab es Obstsalat.
Als dessert was er fruitsalade.
Als Dessert gab es Schokoladenpudding.
Als toetje was er chocoladevla.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een bord voor met taart erop en het label «Dessert» om het woord te onthouden.
onzijdig (das) — denk aan «das Dessert».
Opmerkingen
Meervoud meestal «Desserts». Ontleend aan het Frans; het geslacht is onzijdig in het Duits: das Dessert.