heim

adverb
home
B1

heim — bijwoord van plaats: ‘naar huis’ of ‘thuis’. Het wordt zonder voorzetsel gebruikt, vooral met werkwoorden van beweging zoals heimgehen en heimkommen. Niet verwarren met het zelfstandig naamwoord Heim. Veel voorkomend in spreektaal en literaire stijl.

Voorbeelden

Die Gäste gingen heim, nachdem die Feier spät endete und die Musik abgeschaltet wurde.
De gasten gingen naar huis nadat het feest laat was afgelopen en de muziek was uitgezet.
Er geht jetzt heim, weil es spät ist.
Hij gaat nu naar huis, omdat het laat is.

Details

Typelocal

Ezelsbruggetjes

👁️Picture someone walking through the door and the sign saying 'heim' above it.
👂Sounds like English 'home' if you think of the 'h' and 'm' sounds.

Opmerkingen

'heim' as an adverb means 'to/at home' and is used in expressions like 'nach Hause/heimgehen'. It is more colloquial than 'nach Hause' in some contexts.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek