verb
tillen, opheffen
B1
heben betekent „optillen”, „opheffen” of „verheffen”. Het is een sterk, onregelmatig werkwoord: Präteritum hob, Partizip II gehoben. In de voltooide tijd gebruikt het haben: hat gehoben. Niet wederkerig en meestal overgankelijk.
Voorbeelden
Sie hob die Arme, um das Kind zu erreichen.
Ze hief haar armen op om het kind te bereiken.
Kannst du bitte die Kiste heben?
Kun je alsjeblieft de kist optillen?
Sie hob ihre Stimme.
Ze verhief haar stem.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je twee mensen voor die samen een kist optillen, met gebogen knieën en een rechte rug.
Klinkt als Engels «heave» (optillen).
Opmerkingen
heben is een sterk (onregelmatig) werkwoord: preteritum ich hob, voltooid deelwoord gehoben. Het neemt meestal «haben» als hulpwerkwoord in voltooide tijden.