adjective
groen
A1
grün betekent vooral ‘groen’ als kleur, maar ook ‘milieuvriendelijk’ of politiek ‘groen’. Het is een gradabel bijvoeglijk naamwoord: grüner, am grünsten. Tegenovergesteld: rot. De uitgangen volgen de normale Duitse adjectiefverbuiging.
Voorbeelden
Das Gras ist grün.
Het gras is groen.
Der Park war grüner, als die Stadtverwaltung erwartet hatte, weil es viel geregnet hatte.
Het park was groener dan het stadsbestuur had verwacht, omdat het veel had geregend.
Details
Ezelsbruggetjes
Denk aan gras of bladeren wanneer je «grün» hoort.
Klinkt qua betekenis als «green» (niet qua klank).
Opmerkingen
Wordt ook figuurlijk gebruikt in contexten als «milieuvriendelijk» of «ecologisch».