noun
grootmoeder, oma
A1
Großmutter is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘grootmoeder’ of ‘oma’. Enkelvoud: die Großmutter; meervoud: die Großmütter. Het meervoud krijgt umlaut en -er. Veelgebruikt in familiecontext en in neutrale, beleefde taal.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Meine Großmutter backt einen Kuchen.
Mijn grootmoeder bakt een taart.
Maria rief die Großmutter an, die in der Stadt wohnte, weil sie Neuigkeiten erzählen wollte.
Maria belde haar grootmoeder, die in de stad woonde, omdat ze nieuws wilde vertellen.
Meine Großmutter kann sehr gut Kuchen backen.
Mijn grootmoeder kan heel goed taarten bakken.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
stel je voor dat je grootmoeder aan het bakken is
die (vrouwelijk) — denk aan ‘mother’, dat vrouwelijk is
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Informeel alternatief: «Oma».