genügen

verb
voldoende zijn, volstaan
B1

genügen is een regelmatig zwak werkwoord en betekent „voldoende zijn”, „volstaan”. Het staat vaak met een datief: etwas genügt jemandem. Het kan ook onpersoonlijk gebruikt worden: es genügt. Voltooid deelwoord: genügt; hulpwerkwoord: haben.

Voorbeelden

Das genügte ihm nicht.
Dat was niet genoeg voor hem.
Der vorgelegte Bericht genügte den Anforderungen, obwohl noch einige Ergänzungen gefordert wurden.
Het ingediende rapport voldeed aan de eisen, hoewel er nog om enkele aanvullingen werd gevraagd.
Es hat nicht genügt.
Het was niet genoeg.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarNee
RegelmatigJa
Werkwoordtypeweak
StamveranderingenNo stem vowel changes in present; regular weak conjugation.

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es genügt
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es genügte
Perfekter/sie/es hat genügt

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een klein vinkje voor naast een item met het label «genügend» om te onthouden dat het voldoende is.
👂Klinkt als «get you again» — stel je iets voor dat je helpt en genoeg is.

Opmerkingen

Wordt meestal onovergankelijk gebruikt (iets volstaat). Voltooid deelwoord: «genügt». Passief wordt doorgaans niet gebruikt omdat het werkwoord een datiefobject neemt in plaats van een direct object, dus een normaal Vorgangspassiv is hier niet mogelijk — passieve vormen zijn gemarkeerd als «niet van toepassing». De formele gebiedende wijs (Sie) is niet gegeven omdat die het voornaamwoord «Sie» vereist en voornaamwoorden niet zijn toegestaan in vervoegingsvelden.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichgenüge
dugenügst
er/sie/esgenügt
wirgenügen
ihrgenügt
sie/Siegenügen
ichgenüge
dugenügest
er/sie/esgenüge
wirgenügen
ihrgenüget
sie/Siegenügen
ichwürde genügen
duwürdest genügen
er/sie/eswürde genügen
wirwürden genügen
ihrwürdet genügen
sie/Siewürden genügen
dugenüge
ihrgenügt
Sienot applicable