noun
tuin
A1
der Garten is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘tuin’. Meervoud: die Gärten, met umlaut en -n. De verbuiging is regelmatig: des Gartens, dem Garten, den Gärten. Vaak gebruikt met im Garten en in den Garten voor beweging.
Voorbeelden
Im Garten wachsen viele Blumen.
Er groeien veel bloemen in de tuin.
Die Familie arbeitete im Garten, obwohl der Wetterbericht starken Regen angekündigt hatte.
De familie werkte in de tuin, hoewel de weersvoorspelling zware regen had aangekondigd.
Ich habe einen Garten.
Ik heb een tuin.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een achtertuin voor met een bordje ‘Garten’.
Zoals het Engelse ‘garden’, maar korter.
der Garten — stel je een man (der) voor die de tuin verzorgt.
Opmerkingen
Meervoud is Gärten (let op de umlaut).