noun
vork
A2
Gabel is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘vork’ (eetbestek). Meervoud: Gabeln. Het woord wordt regelmatig verbogen: die Gabel, der Gabel in de datief enkelvoud, die Gabeln in het meervoud. Geen bijzondere onregelmatigheden.
Voorbeelden
Kannst du mir die Gabel reichen?
Kun je me de vork aangeven?
Ich brauche eine Gabel zum Essen.
Ik heb een vork nodig om te eten.
Der Kellner legte die Gabel neben den Teller, nachdem das Gericht serviert wurde.
De ober legde de vork naast het bord nadat het gerecht was geserveerd.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een vork (Gabel) met vier tanden voor.
klinkt een beetje als Engels ‘gobble’ maar met ‘ga’ — denk aan eten met een vork.
die (vrouwelijk) — stel je een vrouwelijke chef voor die ‘die Gabel’ zegt terwijl ze je de vork geeft.
Opmerkingen
Veelgebruikt tafelbestek. Meervoud: Gabeln.