noun
vinger
B1
Finger (der) betekent ‘vinger’ of ‘teen’ in bredere zin. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Finger; meervoud: die Finger, zonder verandering. Genitief enkelvoud: des Fingers, datief meervoud: den Fingern. Heel gebruikelijk woord; let op -s en -n in de verbuiging.
Voorbeelden
Der Arzt verband dem Patienten den Finger, der sich beim Unfall verletzte, nachdem er die Wunde reinigte.
De arts verbond de vinger van de patiënt, die bij het ongeluk gewond was geraakt, nadat hij de wond had schoongemaakt.
Zeig mir mit deinem Finger, wo es weh tut.
Wijs me met je vinger aan waar het pijn doet.
Er hat sich am Finger geschnitten.
Hij heeft zich in zijn vinger gesneden.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je op je vingers telt om het woord te onthouden.
Klinkt als het Engelse ‘finger’ — dezelfde betekenis.
der — stel je ‘de sterke vinger’ voor om het geslacht te onthouden.
Opmerkingen
Finger is een basiszelfstandig naamwoord voor een lichaamsdeel. Het meervoud is hetzelfde als in het Engels: ‘fingers’.