rein

adverb
puur, naar binnen, absoluut
A2

Bijwoord: rein betekent vooral ‘puur’, ‘alleen’ of ‘volledig’, afhankelijk van de context. Het wordt vaak gebruikt om iets te versterken, bv. rein theoretisch = puur theoretisch. Het is onveranderlijk en wordt niet vervoegd. Veelvoorkomend in spreek- en schrijftaal.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Die Mitarbeiter gingen rein, als der Chef die Tür öffnete.
De medewerkers gingen naar binnen toen de baas de deur opende.
Ich habe rein gar nichts verstanden.
Ik heb helemaal niets begrepen.
Das ist rein theoretisch.
Dat is puur theoretisch.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

Typedegree

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een stempel 'REIN' op een fles water voor om aan te geven dat het zuiver is.
👂Klinkt een beetje als het Engelse 'rain' — stel je regen voor die alles schoon wast.

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Rein heeft meerdere gebruikswijzen: als graadbijwoord in de betekenis 'puur' (Das ist rein theoretisch), als lokaal/imperatief in de betekenis 'naar binnen' (Komm rein), en als versterker in informele uitdrukkingen (rein gar nichts = absoluut niets). Het komt vaak voor in neutrale en informele contexten; niet verwarren met het bijvoeglijk naamwoord 'rein' (zuiver, schoon) dat attributief wordt gebruikt.

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS