noun
fan, aanhanger, supporter
A2
Fan betekent ‘fan’, ‘aanhanger’ of ‘supporter’, meestal in sport, muziek of bij beroemdheden. Mannelijk zelfstandig naamwoord: der Fan; meervoud: die Fans. Een leenwoord met meervoud op -s. Niet te verwarren met de ventilator, die Ventilator heet.
Voorbeelden
Der Spieler gab einem Fan ein Autogramm, nachdem das Spiel zu Ende war.
De speler gaf een fan een handtekening nadat de wedstrijd was afgelopen.
Ich bin ein Fan.
Ik ben een fan.
Die Fans jubeln, wenn die Mannschaft ein Tor schießt.
De fans juichen als het team een doelpunt scoort.
Details
Ezelsbruggetjes
Een persoon die juicht met een teamsjaal.
hetzelfde als Engels «fan».
der — denk aan «der Fan» zoals «der Mann» (vaak mannelijk voor personen)
Opmerkingen
Het meervoud «Fans» wordt vaak gebruikt. Kan verwijzen naar sport-, muziek- of andere liefhebbers.