echt

adjective
echt, werkelijk, authentiek
A2

echt is een bijvoeglijk naamwoord en betekent ‘echt’, ‘waar’ of ‘authentiek’. Vergelijking: echter, am echtesten. Het kan attributief en predicatief gebruikt worden: Das ist echt. In spreektaal werkt het ook als versterker: echt goed.

Voorbeelden

Das ist echt.
Dat is echt.
Der Händler behauptete, das Gemälde wäre echt, obwohl mehrere Experten Zweifel geäußert hatten.
De handelaar beweerde dat het schilderij echt was, hoewel meerdere experts twijfels hadden geuit.
Seine Freude war echt.
Zijn vreugde was oprecht.

Details

VergelijkbaarJa
Vergrotende trapechter
Overschrijvende trapam echtesten
Voltooid deelwoordNee

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een echte gouden munt voor met „Echt” erop gestempeld om te laten zien dat hij authentiek is.
👂klinkt als het Engelse „etch” (iets echts laat een spoor achter).

Opmerkingen

Wordt zowel als bijvoeglijk naamwoord gebruikt („een echt probleem”) als informeel als bijwoord („Das ist echt gut” = „Dat is echt goed”).

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek