direkt

adjective
direct, rechtstreeks
A2

direkt betekent „direct” en soms ook „rechtstreeks” of „onmiddellijk”, afhankelijk van de context. Het beschrijft iets zonder omweg, snel of openhartig. Vergelijkend: direkter; overtreffend: am direktesten. Tegenstelling: indirekt. Veelgebruikt in spreek- en schrijftaal.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Er gab eine direkte Antwort und war sehr direkt.
Hij gaf een direct antwoord en was heel direct.
Die Verbindung war direkt, obwohl einige Züge verspätet waren, sodass die Reisenden trotzdem pünktlich ankamen.
De verbinding was rechtstreeks, hoewel sommige treinen vertraging hadden, zodat de reizigers toch op tijd aankwamen.
Fahr direkt die nächste Straße links, dann bist du am Ziel.
Rijd rechtdoor de volgende straat links in, dan ben je op je bestemming.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.GRADABLEVOCABULARY.DETAILS.YES
VOCABULARY.DETAILS.COMPARATIVEdirekter
VOCABULARY.DETAILS.SUPERLATIVEam direktesten
VOCABULARY.DETAILS.PARTICIPLEVOCABULARY.DETAILS.NO

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een pijl voor die recht op een doel afgaat — iets dat «direkt» is, gaat recht op het punt af.
👂Klinkt als «direct» — dezelfde wortel.

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

«direkt» kan als bijvoeglijk naamwoord of bijwoord worden gebruikt. Vergrotende trap: «direkter», overtreffende trap: «am direktesten» (of «direkteste» in attributieve vormen). Register: neutraal.

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS