pronoun
wie
A1
wer is het Duitse vragende voornaamwoord voor ‘wie’. Het staat in de nominatief; andere naamvallen zijn wen (accusatief), wem (datief) en wessen (genitief). Je gebruikt het in directe en indirecte vragen.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Wer ist an der Tür?
Wie is er aan de deur?
Die Organisatoren fragten, wer den Schlüssel brachte, bevor sie die Türen abschlossen.
De organisatoren vroegen wie de sleutel had gebracht voordat ze de deuren sloten.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een persoon voor die naar iemand wijst en « wer? » zegt om « wie? » te vragen.
Klinkt als het Engelse « where » zonder de « h » — maar het betekent « wie ».
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Vragerend voornaamwoord dat voor personen wordt gebruikt. De verbuiging varieert per naamval (wer, wen, wem, wessen).