noun
diploma, graad
B1
Diplom is een onzijdig Duits zelfstandig naamwoord en betekent ‘diploma’ of ‘getuigschrift/academische graad’. Lidwoord: das. Meervoud: Diplome. Genitief enkelvoud: des Diploms; datief meervoud: den Diplomen. Veel gebruikt in onderwijs- en academische context.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Er hat sein Diplom in Biologie gemacht.
Hij behaalde zijn diploma in biologie.
Nach dem Studium erhielt der Student das Diplom, obwohl die Abschlussarbeit sehr anspruchsvoll war.
Na zijn studie kreeg de student het diploma, hoewel de scriptie erg veeleisend was.
Nach erfolgreichem Abschluss des Studiums erhielt sie ihr Diplom.
Na het succesvol afronden van haar studie ontving ze haar diploma.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een opgerold certificaat met een lint voor, een klassiek diploma, op een afstudeertafel.
Klinkt als ‘dip-lome’ — stel je een certificaat voor dat je in een map ‘dipt’.
Onzijdig (das) — denk aan ‘das’ voor voorwerpen; een diploma is een voorwerp dat je ontvangt.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Wordt vaak gebruikt voor certificaten op universitair niveau. Het meervoud is gewoonlijk ‘Diplome’. In sommige contexten kunnen ‘Abschluss’ of ‘Grad’ worden gebruikt om de graad te benadrukken in plaats van het fysieke diploma.