noun
chipkaart, smartcard
B1
Chipkarte betekent ‘chipkaart’ of ‘smartcard’, gebruikt voor elektronische identificatie, betaling of toegangscontrole. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Chipkarte. Meervoud: Chipkarten. De verbuiging is regelmatig; vaak in technische of administratieve context.
Voorbeelden
Die Chipkarte der Firma dient auch als Zugangsausweis.
De chipkaart van het bedrijf dient ook als toegangspas.
Zum Öffnen der Tür benötigen Sie eine Chipkarte.
Om de deur te openen, hebt u een chipkaart nodig.
Zum Einsteigen in den Bus brauchen Sie eine gültige Chipkarte.
Om in de bus te stappen, hebt u een geldige chipkaart nodig.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een plastic kaart voor met een klein ingebouwd chipje dat in het licht glinstert.
Denk aan het Engelse ‘chip’ + ‘card’ — hetzelfde idee helpt de betekenis snel te onthouden.
die Chipkarte — onthoud dat veel -karte-woorden vrouwelijk zijn (die Karte).
Opmerkingen
Chipkarte verwijst naar kaarten met een ingebouwde chip die worden gebruikt voor vervoer, betaling of toegang. In veel contexten is het synoniem met ‘smartcard’; regionaal kan men ‘Chipkarte’ of ‘Smartcard’ prefereren.