Chef

noun
baas, chef, manager, leidinggevende
A1

Chef is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘baas, leidinggevende, chef’. Je zegt der Chef, meervoud Chefs. Genitief: des Chefs. Let op de valse vriend: Engels chef betekent ‘kok’. Veel gebruikt in werksituaties.

Voorbeelden

Mein Chef ist sehr nett.
Mijn baas is erg aardig.
Obwohl der Chef erklärte, dass die Regeln klar waren, diskutierten die Mitarbeiter weiter, weil die Vorschläge ungewöhnlich waren.
Hoewel de baas uitlegde dat de regels duidelijk waren, bleven de werknemers discussiëren omdat de voorstellen ongebruikelijk waren.
Mein Chef hat mir ein neues Projekt gegeben.
Mijn baas heeft me een nieuw project gegeven.

Details

MeervoudChefs

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Chefdie Chefs
genitivedes Chefsder Chefs
dativedem Chefden Chefs
accusativeden Chefdie Chefs

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een persoon achter een bureau voor die bevelen geeft
⚧️Der Chef — mannelijk (der), zoals veel leenwoorden op -f die een persoon aanduiden.

Opmerkingen

Valse vriend: Duits «Chef» betekent baas/manager, niet «chef» (kok).

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek