Chance

noun
kans, gelegenheid, mogelijkheid
B1

Chance is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘kans’, ‘gelegenheid’ of ‘mogelijkheid’. Meervoud: Chancen. Het verbuigt als andere die-woorden: genitief enkelvoud der Chance, genitief meervoud der Chancen. Vaak met haben: eine Chance haben = een kans hebben om te slagen.

Voorbeelden

Ich gebe dir eine Chance.
Ik geef je een kans.
Er hat eine gute Chance, den Job zu bekommen.
Hij heeft een goede kans om de baan te krijgen.
Diese Weiterbildung ist eine wichtige Chance für deine Karriere.
Deze bijscholing is een belangrijke kans voor je carrière.

Details

MeervoudChancen

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Chancedie Chancen
genitiveder Chanceder Chancen
dativeder Chanceden Chancen
accusativedie Chancedie Chancen

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een open deur met zonlicht voor — een beeld van een nieuwe mogelijkheid.
👂Het klinkt precies als het Engelse «chance» — gebruik die gelijkenis direct.
⚧️die Chance — denk aan «die» + «chance», twee korte woorden om het vrouwelijke geslacht te onthouden.

Opmerkingen

«Chance» is een leenwoord uit het Frans/Engels en wordt vaak in vergelijkbare contexten gebruikt. Combinaties zijn onder meer «Chance haben» en «Chance nutzen» (een kans hebben/gebruiken).

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek