other
tot, tot aan, totdat
A1
bis betekent ‘tot’ of ‘tot en met’. Het werkt als voorzetsel of voegwoord en geeft een tijds- of grenspunt aan. Voor een bovengrens gebruik je vaak bis zu + datief: bis zu zehn. Heel frequent in alledaags taalgebruik.
Voorbeelden
Die Zuschauer blieben sitzen, bis die Veranstaltung zu Ende ging.
Het publiek bleef zitten tot het evenement ten einde liep.
Der Laden ist bis Samstag geöffnet.
De winkel is open tot en met zaterdag.
Wir bleiben bis zwölf Uhr.
We blijven tot twaalf uur.
Details
Ezelsbruggetjes
Visualiseer een tijdlijn met een duidelijk eindpunt gemarkeerd als «bis»
bis klinkt als «biss» — denk aan een hap tot hij op is
Opmerkingen
POS-invoer was leeg; «bis» is meestal een voorzetsel of voegwoord met de betekenis «tot» of «tot aan».