verb
regelen, halen, verkrijgen, zorgen voor
B1
besorgen betekent ‘regelen’, ‘bezorgen’, ‘verkrijgen’ of ‘ervoor zorgen dat iets gebeurt’. Het is een regelmatig, niet-scheidbaar werkwoord met haben: hat besorgt. Het kan transitief zijn of wederkerig: sich etwas besorgen.
Voorbeelden
Ich muss Milch besorgen.
Ik moet melk halen.
Er besorgte die notwendigen Unterlagen.
Hij heeft de nodige documenten geregeld.
Wir besorgen die benötigten Papiere beim Amt.
We regelen de benodigde papieren bij het gemeentehuis.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die boodschappen doet met een lijstje met de titel «Besorgen».
Klinkt als «be-SOR-gen» — denk aan «source» (iets krijgen).
Opmerkingen
«besorgen» kan niet-reflexief gebruikt worden («etwas besorgen» = iets regelen/halen) of reflexief («sich etwas besorgen» = iets voor zichzelf regelen/halen).