verb
verstoppen, verbergen, zich verstoppen
B1
verstecken betekent ‘verstoppen’ of ‘zich verstoppen’. Het is een regelmatig zwak werkwoord, met haben in het perfectum: ich habe etwas versteckt. Geen klinkerverandering. Veel gebruikt in het dagelijks leven en bij kinderspel.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Er versteckte den Schlüssel.
Hij verstopte de sleutel.
Die Kinder versteckten die Überraschung, bevor die Gäste ankamen.
De kinderen verstopten de verrassing voordat de gasten aankwamen.
Ich verstecke das Geschenk im Schrank.
Ik verstop het cadeau in de kast.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een kind voor dat achter een gordijn wegduikt om zich te verstoppen.
Klinkt als «vest» + «check» — stel je voor dat je onder een vest kijkt om iets te verbergen.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Onscheidbaar voorvoegsel «ver-» — gebruikelijk zowel transitief (etwas verstecken) als wederkerend (sich verstecken). De gebiedende wijs wordt vaak wederkerend gebruikt: «Versteck dich!».