adjective
rond, cirkelvormig, ongeveer
A2
rund betekent „rond” als vorm, maar ook „ongeveer” bij schattingen. Je ziet het vaak in uitdrukkingen als rund um = „rondom”. Tegenwoord: eckig. Handig voor benaderende getallen, bijvoorbeeld rund 50 Euro.
Voorbeelden
Es sind rund zehn Leute gekommen.
Er zijn ongeveer tien mensen gekomen.
Das Denkmal wurde in einer runden Form gebaut, obwohl die Architekten zuerst eine eckige Version vorgeschlagen hatten.
Het monument werd in een ronde vorm gebouwd, hoewel de architecten eerst een hoekige versie hadden voorgesteld.
Der Ball ist rund.
De bal is rond.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een perfect ronde sinaasappel of een voetbal voor om de vormbetekenis te onthouden.
Klinkt als het Engelse ‘round’ — dezelfde spelling en betekenis voor de vorm.
Opmerkingen
Als bijvoeglijk naamwoord betekent «rund» «rond» (vorm). Het wordt ook vaak vóór getallen gebruikt als bijwoord met de betekenis «ongeveer» of «om en nabij» (bijv. «rund 100»). De context bepaalt of het vorm of hoeveelheid beschrijft.