noun
middel, middelen, hulpbronnen
A2
Mittel betekent ‘middel’, ‘methode’ of ‘middelen / geldmiddelen’. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Mittel. Meervoud gelijk aan het enkelvoud: die Mittel; genitief enkelvoud: des Mittels. Veel gebruikt in formele, technische en financiële contexten, bv. Finanzmittel.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Stadtverwaltung berichtete, dass ausreichend Mittel freigegeben wurden, damit das Projekt im nächsten Jahr beginnen konnte.
Het stadsbestuur meldde dat er voldoende middelen waren vrijgemaakt zodat het project volgend jaar kon beginnen.
Bildung ist ein wichtiges Mittel, um Chancen zu verbessern.
Onderwijs is een belangrijk middel om kansen te verbeteren.
Es gibt kein Mittel gegen diese Krankheit.
Er is geen middel tegen deze ziekte.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een gereedschapskist voor met het label 'Mittel', vol met gereedschap (middelen/hulpbronnen).
Klinkt als 'middle' — denk aan iets in het midden als middel
das → stel je een neutrale doos voor met het label 'das Mittel' (neutrale dingen zijn vaak containers).
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Mittel kan afhankelijk van de context «middel», «hulpbron» of «gemiddelde» betekenen. Het meervoud kan in sommige gebruiken gelijk zijn aan het enkelvoud.