Einkommen

noun
inkomen, verdiensten, opbrengst
B1

Einkommen is een onzijdig zelfstandig naamwoord en betekent ‘inkomen’, ‘verdiensten’ of ‘opbrengsten’. Het meervoud is gelijk aan het enkelvoud: Einkommen. Genitief enkelvoud: des Einkommens. Vaak gebruikt als verzamel- of onbepaald begrip, vooral in economie en belastingen.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Das durchschnittliche Einkommen in dieser Region ist gestiegen.
Het gemiddelde inkomen in deze regio is gestegen.
Ich habe ein hohes Einkommen.
Ik heb een hoog inkomen.
Die Firma steigerte ihre Einnahmen und damit das Einkommen der Mitarbeiter.
Het bedrijf verhoogde zijn inkomsten en daarmee het inkomen van de werknemers.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.PLURALEinkommen

VOCABULARY.DETAILS.DECLENSION

VOCABULARY.DETAILS.CASEVOCABULARY.DETAILS.SINGULARVOCABULARY.DETAILS.PLURAL
nominativedas Einkommendie Einkommen
genitivedes Einkommensder Einkommen
dativedem Einkommenden Einkommen
accusativedas Einkommendie Einkommen

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een loonstrook met «Einkommen» voor die in een portemonnee wordt gestopt
👂klinkt als Engels «income» — onthoud «Einkommen» = inkomen
⚧️Das Einkommen — denk aan een neutraal banksaldo (das) op je rekening

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Vaak gebruikt als niet-telbaar/collectief zelfstandig naamwoord; het meervoud «Einkommen» is gebruikelijk. In formele contexten kan het afhankelijk van de context persoonlijk inkomen of nationale opbrengst betekenen.

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS