adjective
nieuw, vers
A1
neu betekent ‘nieuw’ of ‘recent’. Het wordt als een gewoon bijvoeglijk naamwoord verbogen, bv. ein neuer Wagen. Vergelijking: neuer; superlatief: am neusten. Tegenovergesteld: alt. Veel gebruikt voor nieuwe spullen, recente gebeurtenissen en vers nieuws.
Voorbeelden
Ich habe ein neues Auto gekauft.
Ik heb een nieuwe auto gekocht.
Der Chef sagte, dass die neue Software getestet wurde, bevor sie für alle freigegeben wurde.
De baas zei dat de nieuwe software was getest voordat die voor iedereen werd vrijgegeven.
Das Handy ist brandneu und noch verpackt.
De telefoon is gloednieuw en nog verpakt.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een glimmende sticker 'neu' op een product voor om aan te geven dat het nieuw is.
Klinkt als Engels 'new' — dezelfde betekenis.
Opmerkingen
Veelvoorkomend bijvoeglijk naamwoord; de vormen van vergelijking zijn regelmatig.