noun
leeftijd
A1
Alter betekent ‘leeftijd’ of ‘ouderdom’. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Alter. Genitief enkelvoud: des Alters. Het meervoud blijft Alter, maar wordt voor ‘leeftijd’ zelden geteld. Vaak in uitdrukkingen zoals im Alter von ...
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
In welchem Alter ist es am besten, Kinder zu bekommen?
Op welke leeftijd is het het beste om kinderen te krijgen?
Die Versicherung lehnte den Antrag ab, weil wegen seines Alters Zweifel bestanden.
De verzekeringsmaatschappij wees de aanvraag af omdat er vanwege zijn leeftijd twijfels bestonden.
Welches Alter haben Sie?
Hoe oud bent u?
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een verjaardagstaart voor met een groot getal erop dat je Alter (leeftijd) aangeeft.
Klinkt als het Engelse ‘altar’, maar onthoud: het betekent ‘leeftijd’, niet altaar.
das — denk aan ‘das Alter’ (neutraal zoals ‘das Datum’).
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Das Alter is onzijdig. Vaak gebruikt in uitdrukkingen zoals «im Alter von ...» (op de leeftijd van ...). | Alleen enkelvoud; meervoudsvormen zijn niet van toepassing.