Zettel

noun
briefje, notitie, papiertje
A2

Zettel is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Zettel, meervoud hetzelfde: Zettel. Betekent een klein papiertje, een briefje of een snelle notitie. Genitief: des Zettels. Veelgebruikte combinaties: einen Zettel schreiben, einen Zettel an die Tür kleben. Regelmatige verbuiging.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Der Schüler suchte den Zettel, den er gestern verloren hatte, bevor die Stunde endete.
De leerling zocht naar het briefje dat hij gisteren had verloren, voordat de les eindigde.
Ich habe mir deine Telefonnummer auf einen Zettel geschrieben.
Ik heb je telefoonnummer op een briefje geschreven.
Steck den Kassenzettel in die Tasche, falls du ihn brauchst.
Stop het kassabonnetje in je zak, voor het geval je het nodig hebt.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.PLURALZettel

VOCABULARY.DETAILS.DECLENSION

VOCABULARY.DETAILS.CASEVOCABULARY.DETAILS.SINGULARVOCABULARY.DETAILS.PLURAL
nominativeder Zetteldie Zettel
genitivedes Zettelsder Zettel
dativedem Zettelden Zetteln
accusativeden Zetteldie Zettel

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een klein stukje papier voor met een snelle notitie erop.
👂zettel ~ 'settle' — een klein papiertje landt op tafel.
⚧️der — stel je een mannelijke klerk voor die je een briefje geeft (mannelijke anker).

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS