adverb
waar
A1
wo is een vragend bijwoord en betekent ‘waar’. Je gebruikt het om naar een vaste plaats of positie te vragen: Wo bist du? Het staat tegenover wohin (‘waarheen’) en woher (‘waarvandaan’). Geen werkwoord; kan met voorzetsels worden gecombineerd.
Voorbeelden
Wo ist die nächste Haltestelle?
Waar is de dichtstbijzijnde halte?
Die Familie fragte, wo die nächste Tankstelle war, weil das Auto kaum noch Benzin hatte.
Het gezin vroeg waar het dichtstbijzijnde tankstation was, omdat de auto bijna geen benzine meer had.
Details
Ezelsbruggetjes
stel je een groot vraagteken op een kaart voor
klinkt als Engels 'who', maar vraag in plaats daarvan 'where'
Opmerkingen
Basisvragend bijwoord om naar een plaats te vragen.