Woche

noun
week
A1

Woche is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Woche, meervoud Wochen. Het betekent ‘week’. Regelmatige verbuiging: die Woche, der Woche, den Wochen. Heel vaak gebruikt in tijdsuitdrukkingen zoals letzte Woche, nächste Woche en pro Woche. Basiswoord voor een periode van zeven dagen.

Voorbeelden

Weil in der letzten Woche viele Kunden anriefen, konnte das Büro nicht alle E‑Mails beantworten.
Omdat er vorige week veel klanten belden, kon het kantoor niet alle e-mails beantwoorden.
Eine Woche hat sieben Tage.
Een week heeft zeven dagen.
Nächste Woche habe ich Urlaub.
Volgende week heb ik vakantie.

Details

MeervoudWochen

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Wochedie Wochen
genitiveder Wocheder Wochen
dativeder Wocheden Wochen
accusativedie Wochedie Wochen

Ezelsbruggetjes

👁️Zeven kleine vakjes op een rij die de dagen van de week voorstellen.
👂Klinkt als ‘voh-keh’ → denk aan ‘vocale weken’ van lessen.
⚧️die (vrouwelijk): stel je een klein vlaggetje met ‘die’ op een kalender voor — ‘die Woche’.

Opmerkingen

Meervoud: ‘Wochen’. Veelgebruikt woord voor een tijdseenheid.

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek