Vermieter

noun
verhuurder, huisbaas, eigenaar
A1

Vermieter betekent ‘verhuurder’ of ‘huisbaas’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Vermieter, meervoud die Vermieter. Het gaat om de persoon die een woning of iets anders verhuurt. Genitief: des Vermieters. Tegenovergesteld aan Mieter.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Unsere Vermieterin ist sehr freundlich.
Onze verhuurster is erg vriendelijk.
Die Mieterin klagte gegen den Vermieter, weil die Heizung im Winter nicht funktionierte.
De huurster klaagde de verhuurder aan, omdat de verwarming in de winter niet werkte.
Unser Vermieter hat die Miete erhöht.
Onze verhuurder heeft de huur verhoogd.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.PLURALVermieter

VOCABULARY.DETAILS.DECLENSION

VOCABULARY.DETAILS.CASEVOCABULARY.DETAILS.SINGULARVOCABULARY.DETAILS.PLURAL
nominativeder Vermieterdie Vermieter
genitivedes Vermietersder Vermieter
dativedem Vermieterden Vermietern
accusativeden Vermieterdie Vermieter

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een verhuurder voor die sleutels overhandigt aan huurders met het label «Vermieter».
👂Klinkt als «very-meter» — stel je voor dat de verhuurder de huurmeter meet.
⚧️der — denk aan «der Vermieter» (mannelijk).

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

De vrouwelijke vorm is «Vermieterin».

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS