verb
vergeten, vergeet
A2
vergessen betekent ‘vergeten’. Het is een sterk, onregelmatig werkwoord: in de tegenwoordige tijd e→i (du/er vergisst), verleden tijd vergaß, voltooid deelwoord vergessen. Perfekt met haben. Vaak: etwas vergessen, vergessen zu + infinitief.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Ich habe ganz vergessen, dass heute dein Geburtstag ist.
Ik was helemaal vergeten dat je vandaag jarig bent.
Ich vergesse oft meinen Schlüssel.
Ik vergeet vaak mijn sleutel.
Hast du vergessen, mich anzurufen?
Ben je vergeten mij te bellen?
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een persoon voor die een post-it op een deur plakt, waarna de post-it wegvliegt — de herinnering is weg: je hebt het «vergessen».
klinkt een beetje als «ver-GESS-en» — denk aan «guess» (GESS) dat uit je hoofd glipt wanneer je iets vergeet.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Veelgebruikt transitief werkwoord met een direct object (etwas vergessen). Gebruikt «haben» als hulpwerkwoord in voltooide tijden. Er is een wederkerig idiomatisch gebruik «sich vergessen» met de betekenis «zichzelf verliezen» of «zijn zelfbeheersing verliezen». In de tegenwoordige tijd is er een klinkerwisseling (vergessen → du vergisst).