Trottoir

noun
stoep, trottoir
B1

Trottoir betekent ‘stoep’ of ‘trottoir’. Onzijdig zelfstandig naamwoord: das Trottoir; meervoud: die Trottoirs. Een leenwoord uit het Frans, vooral gebruikt in Zwitserland en sommige regionale varianten; in Duitsland zegt men vaker Bürgersteig of Gehweg. Regelmatige verbuiging.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Das Trottoir war nach dem Regen noch nass.
Het trottoir was na de regen nog nat.
In der Schweiz benutzt man das Wort Trottoir für den Gehweg.
In Zwitserland gebruikt men het woord 'Trottoir' voor het trottoir.
Die Passanten gingen auf dem Trottoir, obwohl das Wetter schlecht war.
De voorbijgangers liepen op het trottoir, hoewel het weer slecht was.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.PLURALTrottoirs

VOCABULARY.DETAILS.DECLENSION

VOCABULARY.DETAILS.CASEVOCABULARY.DETAILS.SINGULARVOCABULARY.DETAILS.PLURAL
nominativedas Trottoirdie Trottoirs
genitivedes Trottoirsder Trottoirs
dativedem Trottoirden Trottoirs
accusativedas Trottoirdie Trottoirs

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een lange strook stoep voor waar mensen langs de straat ‘trot’ lopen.
👂Klinkt als ‘trot’ + ‘tire’ — stel je mensen voor die dribbelen over de stoep.
⚧️das — stel je een klein bordje ‘das’ voor dat in een stoeptegel staat om te onthouden dat het onzijdig is.

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Ontleend aan het Frans; vooral gebruikt in sommige Duitstalige regio’s. Synoniem van pavement/sidewalk in het Engels.

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS