Sonntag

noun
zondag
A1

Sonntag betekent ‘zondag’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Sonntag, meervoud die Sonntage. Je gebruikt het voor een specifieke zondag (am Sonntag) of voor terugkerende zondagen (sonntags, an Sonntagen). Gewone verbuiging.

Voorbeelden

Am Sonntag schlafe ich gerne lange aus.
Op zondag slaap ik graag uit.
Der Zug fuhr nicht, weil am Sonntag Bauarbeiten durchgeführt wurden, die Verzögerungen verursachten.
De trein reed niet omdat er op zondag bouwwerkzaamheden werden uitgevoerd, wat vertragingen veroorzaakte.
Am Sonntag besuche ich meine Familie.
Op zondag bezoek ik mijn familie.

Details

MeervoudSonntage

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Sonntagdie Sonntage
genitivedes Sonntagsder Sonntage
dativedem Sonntagden Sonntagen
accusativeden Sonntagdie Sonntage

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een luie, zonnige zondag voor waarop mensen ontspannen.
👂sonn + tag (zon + dag) past bij het Engelse Sunday
⚧️der = stel je een man voor die op zondag ontspant

Opmerkingen

Sonntag is het Duitse woord voor zondag en is mannelijk.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek