schneien

verb
sneeuwen
A2

schneien betekent ‘sneeuwen’. Het is een onovergankelijk werkwoord en wordt vaak onpersoonlijk gebruikt: es schneit. Het is regelmatig: schneite, hat geschneit. Het heeft geen lijdend voorwerp en is niet wederkerig of scheidbaar.

Voorbeelden

Es hat die ganze Nacht geschneit.
Het heeft de hele nacht gesneeuwd.
Morgen wird es wahrscheinlich schneien.
Het zal morgen waarschijnlijk sneeuwen.
Es schneite gestern.
Het sneeuwde gisteren.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarNee
RegelmatigJa
Werkwoordtypeweak

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es schneit
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es schneite
Perfekter/sie/es hat geschneit

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je sneeuwvlokken voor die vallen met het woord dat erin ronddraait.
👂schnei-en — als het Engelse «snow» met een «ei»-klank.

Opmerkingen

Onpersoonlijk gebruik is gebruikelijk (Es schneit). Een regelmatig zwak werkwoord. Persoonlijke passieve vormen zijn niet van toepassing op dit onpersoonlijke weerwerkwoord; vorm geen persoonlijk passief (bijv. «ich werde geschneit» is niet correct). | Onpersoonlijk werkwoord; persoonlijke vormen behalve «er_sie_es» (onpersoonlijk «es») zijn niet van toepassing.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichnot applicable
dunot applicable
er/sie/esschneit
wirnot applicable
ihrnot applicable
sie/Sienot applicable
ichnot applicable
dunot applicable
er/sie/esschneie
wirnot applicable
ihrnot applicable
sie/Sienot applicable
ichnot applicable
dunot applicable
er/sie/eswürde schneien
wirnot applicable
ihrnot applicable
sie/Sienot applicable
dunot applicable
ihrnot applicable
Sienot applicable