verb
sneeuwen
A2
schneien betekent ‘sneeuwen’. Het is een onovergankelijk werkwoord en wordt vaak onpersoonlijk gebruikt: es schneit. Het is regelmatig: schneite, hat geschneit. Het heeft geen lijdend voorwerp en is niet wederkerig of scheidbaar.
Voorbeelden
Es hat die ganze Nacht geschneit.
Het heeft de hele nacht gesneeuwd.
Morgen wird es wahrscheinlich schneien.
Het zal morgen waarschijnlijk sneeuwen.
Es schneite gestern.
Het sneeuwde gisteren.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je sneeuwvlokken voor die vallen met het woord dat erin ronddraait.
schnei-en — als het Engelse «snow» met een «ei»-klank.
Opmerkingen
Onpersoonlijk gebruik is gebruikelijk (Es schneit). Een regelmatig zwak werkwoord. Persoonlijke passieve vormen zijn niet van toepassing op dit onpersoonlijke weerwerkwoord; vorm geen persoonlijk passief (bijv. «ich werde geschneit» is niet correct). | Onpersoonlijk werkwoord; persoonlijke vormen behalve «er_sie_es» (onpersoonlijk «es») zijn niet van toepassing.