noun
portemonnee, portefeuille
B1
Portemonnaie betekent „portemonnee” of „portefeuille”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Portemonnaie; meervoud: die Portemonnaies. Als leenwoord krijgt het een -s-meervoud, wat in het Duits ongewoon is. Verbuiging: des Portemonnaies. Ook de spelling Portmonee komt voor.
Voorbeelden
Die Verkäuferin fand ein Portemonnaie, weil ein Kunde es auf dem Tisch liegen ließ, und sie übergab es der Polizei.
De verkoopster vond een portemonnee omdat een klant die op tafel had laten liggen, en ze gaf hem aan de politie.
Ich habe mein Portemonnaie zu Hause vergessen.
Ik ben mijn portemonnee thuis vergeten.
Ich habe mein Portemonnaie zu Hause vergessen.
Ik ben mijn portemonnee thuis vergeten.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een kleine leren portemonnee voor met pasjes en geld.
Portemonnaie lijkt op het Franse „porte-monnaie” — „dragen” + „geld” = portemonnee.
das — denk aan „das Portemonnaie” (de portemonnee), een klein voorwerp.