noun
ansichtkaart, briefkaart
A2
Postkarte betekent ‘ansichtkaart’ of ‘postkaart’. Vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Postkarte, meervoud: die Postkarten. Het meervoud wordt regelmatig gevormd met -n. Wordt gebruikt voor korte berichten, vaak vanaf vakantie of met een afbeelding op de voorkant.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Ich schicke dir eine Postkarte aus dem Urlaub.
Ik stuur je een ansichtkaart van mijn vakantie.
Ich schicke dir eine Postkarte aus dem Urlaub.
Ik stuur je een ansichtkaart van mijn vakantie.
Obwohl der Empfang schlecht war, schickte die Freundin eine Postkarte, die viele bunte Bilder zeigte.
Hoewel de ontvangst slecht was, stuurde de vriendin een ansichtkaart met veel kleurrijke afbeeldingen.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een ansichtkaart voor met een mooi landschap en ‘Postkarte’ op de achterkant.
Postkarte lijkt op het Engelse ‘post card’.
die — veel -karte-woorden zijn vrouwelijk (die Postkarte).
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Meervoud: Postkarten.