adjective
verlegen, beschamend
B1
peinlich is een bijvoeglijk naamwoord en betekent „genant”, „beschamend” of „vervelend”. Het beschrijft situaties, fouten of momenten die ongemakkelijk voelen. Het is trapbaar: peinlicher, am peinlichsten. Vaak in Es ist peinlich of jemandem ist etwas peinlich.
Voorbeelden
Der Schüler fand die Situation peinlich, als der Lehrer den Fehler laut vorlas.
De leerling vond de situatie gênant toen de leraar de fout hardop voorlas.
Die lange Stille nach seinem Fehler war peinlich.
De lange stilte na zijn fout was ongemakkelijk.
Es ist mir peinlich, das vor allen zuzugeben.
Ik schaam me om dat in het bijzijn van iedereen toe te geven.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die hevig bloost en zijn gezicht bedekt — dat gevoel is «peinlich».
Klinkt een beetje als ‘pain-lick’ — stel je schaamte voor als een klein pijntje dat je ‘voelt’.
Opmerkingen
Veelvoorkomende combinaties: «peinlich berührt sein» (beschaamd zijn), «peinlich genau» (uiterst nauwkeurig).