Ober

noun
ober, kelner, chef-kelner
B1

Ober (m.) betekent ‘ober’, vaak in de zin van ‘chef-kelner’ of maître. Meervoud: die Ober. Zwakke verbuiging: des Obers, dem Obern. Het woord klinkt wat formeler of regionaal en komt vaak voor in restaurants en hotels.

Voorbeelden

Der Gast rief den Ober, weil die Rechnung fehlerhaft war.
De gast riep de ober, omdat de rekening fout was.
Der Ober brachte uns die Speisekarte.
De ober bracht ons de menukaart.
Der Ober des Hauses begrüßte jeden Gast persönlich.
De maître d'hôtel begroette elke gast persoonlijk.

Details

MeervoudOber

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Oberdie Ober
genitivedes Obersder Ober
dativedem Oberden Obern
accusativeden Oberdie Ober

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een ober in een jasje voor met het label ‘Ober’ op zijn naamkaartje.
👂Klinkt als ‘offer’ — de ober biedt je het menu aan.
⚧️der = stel je een mannelijke ober (der) voor die een dienblad vasthoudt.

Opmerkingen

Traditionele term voor een ober, in sommige delen van Duitsland wat formeler of ouderwets; nog steeds gebruikelijk in restaurantcontexten.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek