nützlich

adjective
nuttig, handig
A2

nützlich is een bijvoeglijk naamwoord en betekent ‘nuttig’ of ‘handig’. Vergelijking: nützlicher, am nützlichsten. Vaak gebruikt met für: nützlich für jdn./etw. of zu etwas nützlich sein. Tegenovergestelde: nutzlos. Zowel attributief als predicatief bruikbaar.

Voorbeelden

Ein kurzer Tipp kann sehr nützlich sein.
Een korte tip kan erg nuttig zijn.
Dieses Werkzeug ist sehr nützlich.
Dit gereedschap is erg nuttig.
Die Informationen waren nützlich, weil sie viele Fragen beantworteten.
De informatie was nuttig omdat ze veel vragen beantwoordde.

Details

VergelijkbaarJa
Vergrotende trapnützlicher
Overschrijvende trapam nützlichsten
Voltooid deelwoordNee

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een Zwitsers zakmes voor met veel nuttige gereedschappen.
👂klinkt als „new” + „t” — denk aan een „nieuw gereedschap” dat nuttig is

Opmerkingen

Kan attributief en predicatief worden gebruikt; vergrotende trap «nützlicher», overtreffende trap «am nützlichsten».

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek