noun
mond
A1
Mund is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘mond’. Je zegt der Mund, genitief des Mundes, datief dem Mund. Het meervoud is onregelmatig: die Münder, met umlaut en -er. Ook gebruikt in figuurlijke uitdrukkingen.
Voorbeelden
Sie haben Halsschmerzen? Bitte machen Sie mal den Mund auf.
Heeft u keelpijn? Doe uw mond eens open, alstublieft.
Der Patient hielt den Mund geschlossen, obwohl die Ärzte zusätzliche Fragen stellten.
De patiënt hield zijn mond dicht, hoewel de artsen extra vragen stelden.
Er öffnete den Mund und begann zu sprechen.
Hij deed zijn mond open en begon te spreken.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een glimlachende mond voor met het label ‘Mund’.
Mund — denk aan ‘mouth’ (kort, eenlettergrepig lichaamswoord).
DER Mund — stel je een mannelijk personage voor dat praat met een opvallende mond (mannelijk).
Opmerkingen
Veelvoorkomend lichaamsdeel; mannelijk.