noun
leugen
A2
Lüge is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent „leugen”, dus een onware uitspraak. Meervoud: Lügen. Regelmatige verbuiging: die Lüge, der Lüge, die Lügen. Veelvoorkomende uitdrukkingen zijn eine Lüge erzählen en Notlüge.
Voorbeelden
Das war keine Wahrheit, das war eine Lüge.
Dat was niet de waarheid, dat was een leugen.
Das ist eine Lüge!
Dat is een leugen!
Der Zeuge gestand die Lüge, weil das Beweismaterial ihn überführte.
De getuige bekende de leugen, omdat het bewijsmateriaal hem ontmaskerde.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die een verhaal vertelt met een tekstballon met 'LÜGE'
uitgesproken als 'lyoo-guh' — denk aan een 'onware uitspraak'
die Lüge — vrouwelijk: stel je een dame voor die haar hoofd schudt bij een leugen
Opmerkingen
Meervoud: Lügen. Verwant werkwoord: «lügen».