Lüge

noun
leugen
A2

Lüge is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent „leugen”, dus een onware uitspraak. Meervoud: Lügen. Regelmatige verbuiging: die Lüge, der Lüge, die Lügen. Veelvoorkomende uitdrukkingen zijn eine Lüge erzählen en Notlüge.

Voorbeelden

Das war keine Wahrheit, das war eine Lüge.
Dat was niet de waarheid, dat was een leugen.
Das ist eine Lüge!
Dat is een leugen!
Der Zeuge gestand die Lüge, weil das Beweismaterial ihn überführte.
De getuige bekende de leugen, omdat het bewijsmateriaal hem ontmaskerde.

Details

MeervoudLügen

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Lügedie Lügen
genitiveder Lügeder Lügen
dativeder Lügeden Lügen
accusativedie Lügedie Lügen

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je iemand voor die een verhaal vertelt met een tekstballon met 'LÜGE'
👂uitgesproken als 'lyoo-guh' — denk aan een 'onware uitspraak'
⚧️die Lüge — vrouwelijk: stel je een dame voor die haar hoofd schudt bij een leugen

Opmerkingen

Meervoud: Lügen. Verwant werkwoord: «lügen».

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek