noun
lip
B1
Lippe is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Lippe, meervoud Lippen. Betekent vooral lip, de zachte rand van de mond; soms ook een rand of opstaande boord. Regelmatige verbuiging: der Lippe, den Lippen. Veelgebruikte combinaties: boven-/onderlip.
Voorbeelden
Ich habe volle Lippen.
Ik heb volle lippen.
Er biss sich auf die Lippe, um nicht zu lachen.
Hij beet op zijn lip om niet te lachen.
Der Arzt verband die Lippe des Kindes, nachdem es beim Rennen gefallen war.
De arts verbond de lip van het kind nadat het tijdens het rennen was gevallen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat iemand zijn lip tegenhoudt om niet te glimlachen.
klinkt als «lip» met een extra «pe» — onthoud dat het een lichaamsdeel is.
Die Lippe — stel je een enkel rozenblaadje voor (vrouwelijk) dat de mond raakt.
Opmerkingen
Veelvoorkomend lichaamsdeel; meervoud is Lippen. Wordt vaak gebruikt in idiomatische uitdrukkingen (bijv. «die Lippe zeigen»).