noun
lezer
B1
Leser (m.) betekent ‘lezer’: iemand die leest, of breder een abonnee/lezerspubliek. Meervoud: Leser, dus onveranderd. Mannelijk zelfstandig naamwoord: der Leser, des Lesers, den Lesern. Veelgebruikt in media- en leescontext.
Voorbeelden
Der Leser blätterte aufmerksam durch die Zeitung.
De lezer bladerde aandachtig door de krant.
Der Redakteur sendete die Zusammenfassung an den Leser, weil das Thema dringend war.
De redacteur stuurde de samenvatting naar de lezer omdat het onderwerp dringend was.
Ich bin Leser.
Ik ben een lezer.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een persoon voor die een boek vasthoudt met een grote ‘L’ op de kaft (voor Leser).
Klinkt als ‘laser’ (maar met een s) — denk aan iemand die tekst scant.
der = mannelijk (stel je een man voor die leest).
Opmerkingen
Wordt algemeen gebruikt voor lezers of voor een mannelijke lezer; de vrouwelijke vorm is Leserin.