Lebensmittel

noun
levensmiddelen, boodschappen, voedingsmiddelen
A1

Lebensmittel betekent ‘levensmiddelen’ of ‘voedingsmiddelen’: producten die je eet of koopt om te eten. Het is een onzijdig woord: das Lebensmittel, meervoud die Lebensmittel, vaak zonder vormverandering. Veelgebruikt verzamelwoord in winkel-, keuken- en handelscontext.

Voorbeelden

Im Supermarkt kaufe ich alle Lebensmittel für die Woche.
In de supermarkt koop ik alle boodschappen voor de week.
Die Gemeinde spendete Lebensmittel, weil viele Familien Hilfe benötigten.
De gemeenschap doneerde boodschappen omdat veel gezinnen hulp nodig hadden.
Ich kaufe Lebensmittel im Supermarkt.
Ik koop boodschappen in de supermarkt.

Details

MeervoudLebensmittel

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedas Lebensmitteldie Lebensmittel
genitivedes Lebensmittelsder Lebensmittel
dativedem Lebensmittelden Lebensmitteln
accusativedas Lebensmitteldie Lebensmittel

Ezelsbruggetjes

👁️stel je een boodschappentas vol eten voor met het label «Lebensmittel».
👂Denk aan «leven» (Leben) + «middel» (mittel) → dingen voor het leven = boodschappen.
⚧️onzijdig «das» — stel je een boodschappentas voor met het label «das».

Opmerkingen

Vaak in het meervoud gebruikt om artikelen aan te duiden die je in een winkel koopt. De meervoudsvorm is identiek: «Lebensmittel».

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek