noun
drank, beverage
A1
Getränk betekent “drank” of “drankje”, dus elke vloeistof die bedoeld is om te drinken. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Getränk, meervoud Getränke. Genitief: des Getränks; datief: dem Getränk. Veelgebruikt in horeca en winkels.
Voorbeelden
Die Kellnerin brachte den Gästen ein Getränk, weil sie durstig wirkten.
De serveerster bracht de gasten een drankje omdat ze dorstig leken.
Alkoholfreie Getränke sind billiger.
Alcoholvrije dranken zijn goedkoper.
Ich habe ein Getränk.
Ik heb een drankje.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een glas met een drankje en condens voor — dat is een «Getränk».
Das Getränk — veel -änk/-ink-woorden zijn onzijdig; denk aan «das Getränk»