noun
consulaat
B1
Konsulat betekent ‘consulaat’: een diplomatieke vertegenwoordiging van een land in het buitenland, vaak voor visa, paspoorten en consulaire hulp. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Konsulat. Meervoud: die Konsulate. Regelmatige verbuiging; veel gebruikt in officiële en reissituaties.
Voorbeelden
Für das Visum müssen Sie zum Konsulat gehen.
Voor het visum moet u naar het consulaat gaan.
Der Reisende ging zum Konsulat, weil seine Papiere fehlten.
De reiziger ging naar het consulaat omdat zijn papieren ontbraken.
Das Konsulat hat heute geschlossen.
Het consulaat is vandaag gesloten.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een klein officieel gebouw voor met een vlag en een bord ‘Konsulat’.
Klinkt als het Engelse ‘consulate’ (dezelfde oorsprong).
das (onzijdig) — zie het consulaat als een gebouw: veel Duitse gebouwnamen zijn onzijdig (denk aan ‘das Haus’).
Opmerkingen
Een diplomatiek kantoor voor burgers in het buitenland; gebruikt in reis- en administratieve contexten.