mein

pronoun
mijn
A1

mein is een bezittelijk voornaamwoord/bijvoeglijk naamwoord en betekent „mijn” of „van mij”. Het past zich aan aan geslacht, getal en naamval: mein, meine, meinem, meiner. Het kan ook zelfstandig gebruikt worden: das ist meins. Een heel gewone, regelmatige vorm.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Auf dem Schild stand 'Mein Haus', sodass die Besucher verwirrt waren.
Op het bord stond 'Mijn huis', waardoor de bezoekers in de war waren.
Das ist mein Buch.
Dat is mijn boek.
Ist dieser Teller mein oder deiner?
Is dit bord van mij of van jou?

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

Typepossessive

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je voor dat je naar je bezit wijst en zegt: «mijn»
👂mein — klinkt als Engels «mine»
⚧️N.v.t.

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Bezittelijk voornaamwoord; wordt verbogen naar geslacht, getal en naamval (mein, meine, meines, meinem, enz.).

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS