pronoun
mijn
A1
mein is een bezittelijk voornaamwoord/bijvoeglijk naamwoord en betekent „mijn” of „van mij”. Het past zich aan aan geslacht, getal en naamval: mein, meine, meinem, meiner. Het kan ook zelfstandig gebruikt worden: das ist meins. Een heel gewone, regelmatige vorm.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Auf dem Schild stand 'Mein Haus', sodass die Besucher verwirrt waren.
Op het bord stond 'Mijn huis', waardoor de bezoekers in de war waren.
Das ist mein Buch.
Dat is mijn boek.
Ist dieser Teller mein oder deiner?
Is dit bord van mij of van jou?
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je voor dat je naar je bezit wijst en zegt: «mijn»
mein — klinkt als Engels «mine»
N.v.t.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Bezittelijk voornaamwoord; wordt verbogen naar geslacht, getal en naamval (mein, meine, meines, meinem, enz.).