noun
meneer, heer, gentleman
A1
Herr is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘meneer’, ‘heer’ of ‘gentleman’. Enkelvoud: der Herr; meervoud: die Herren. In sommige enkelvoudsvormen verschijnt Herrn, vooral in de accusatief en datief. Veelgebruikt als beleefde aanspreekvorm vóór een achternaam.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Der Herr im Mantel lächelte.
De heer in de jas glimlachte.
Herr Müller ist mein Lehrer.
De heer Müller is mijn leraar.
Der Brief an den Herrn blieb unbeantwortet, obwohl die Sekretärin versprach, ihn bald weiterzuleiten.
De brief aan de heer bleef onbeantwoord, hoewel de secretaresse beloofde hem binnenkort door te sturen.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een keurig geklede heer voor die zijn hoed oplicht.
Klinkt een beetje als het Engelse ‘her’, maar het is mannelijk — denk aan het tegenovergestelde om het geslacht te onthouden.
der — ‘Herr’ verwijst naar een volwassen man, dus gebruik het mannelijke lidwoord ‘der’.