Hausmann

noun
huisman, huisvader, man des huizes
A1

Hausmann betekent een man die het huishouden doet, een ‘huisman’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Hausmann; meervoud: die Hausmänner. In het meervoud zie je umlaut en -er. Verder is de verbuiging gewoon.

Voorbeelden

Der Hausmann bleibt zu Hause und kümmert sich um die Kinder.
De huisman blijft thuis en zorgt voor de kinderen.
Er ist Hausmann und seine Frau geht arbeiten.
Hij is huisman en zijn vrouw gaat werken.
Man sprach über den Hausmann, weil er nach dem Umzug viele Aufgaben übernahm und somit den Alltag erleichterte.
Er werd over de huisman gesproken, omdat hij na de verhuizing veel taken op zich nam en zo het dagelijks leven vergemakkelijkte.

Details

MeervoudHausmänner

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Hausmanndie Hausmänner
genitivedes Hausmannesder Hausmänner
dativedem Hausmannden Hausmännern
accusativeden Hausmanndie Hausmänner

Ezelsbruggetjes

👁️Een man die voor het huis zorgt — „Haus” + „Mann”.
⚧️Der Hausmann — „der” voor een man.

Opmerkingen

Meervoud: Hausmänner. Minder gebruikelijk dan Hausfrau, maar steeds vaker gebruikt.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek