Grippe

noun
griep, influenza
A2

Grippe betekent griep, dus influenza. Vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Grippe, meervoud Grippen. Gewone verbuiging. Het is een medische term en duidt meestal op een ernstigere ziekte dan een verkoudheid. Veelgebruikt in spreektaal en zorgcontext.

Voorbeelden

Im Winter hatte ich eine schwere Grippe.
In de winter had ik een zware griep.
Ich habe eine Grippe.
Ik heb griep.
Die Schule blieb geschlossen, weil viele Schüler an Grippe erkrankt waren.
De school bleef gesloten omdat veel leerlingen griep hadden gekregen.

Details

MeervoudGrippen

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Grippedie Grippen
genitiveder Grippeder Grippen
dativeder Grippeden Grippen
accusativedie Grippedie Grippen

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je iemand voor die in een deken is gewikkeld met een thermometer met het label ‘Grippe’.
👂Grippe lijkt een beetje op ‘grip’ — denk aan een stevige greep door het hoesten.
⚧️die Grippe — stel je ‘die’ voor als een ziekenhuisbord voor patiënten (vrouwelijk).

Opmerkingen

Wordt meestal gebruikt voor de ziekte griep; in alledaagse taal vaak niet-telbaar, maar het meervoud ‘Grippen’ bestaat.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek