noun
griep, influenza
A2
Grippe betekent griep, dus influenza. Vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Grippe, meervoud Grippen. Gewone verbuiging. Het is een medische term en duidt meestal op een ernstigere ziekte dan een verkoudheid. Veelgebruikt in spreektaal en zorgcontext.
Voorbeelden
Im Winter hatte ich eine schwere Grippe.
In de winter had ik een zware griep.
Ich habe eine Grippe.
Ik heb griep.
Die Schule blieb geschlossen, weil viele Schüler an Grippe erkrankt waren.
De school bleef gesloten omdat veel leerlingen griep hadden gekregen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die in een deken is gewikkeld met een thermometer met het label ‘Grippe’.
Grippe lijkt een beetje op ‘grip’ — denk aan een stevige greep door het hoesten.
die Grippe — stel je ‘die’ voor als een ziekenhuisbord voor patiënten (vrouwelijk).
Opmerkingen
Wordt meestal gebruikt voor de ziekte griep; in alledaagse taal vaak niet-telbaar, maar het meervoud ‘Grippen’ bestaat.